En er wás licht!
Stel je voor: het licht gaat uit. Niet door stroomuitval, maar door een tochtvlaag. Waskaarsen.
Twee mannen…we noemen ze Hannes en Wiebe…zorgen voor nieuwe vlammetjes, hoog boven hun hoofden in de kroonluchters van de Slotkapel.
De ladder!
Vier meter lang.
Draaien, draaien, ja zo gaat-ie goed.
Rechtop zetten, Hannes duwt, Wiebe trekt. Houwen zo.
Gammel op de vloer van grafstenen.
Wiebe klimt, Hannes omklemt de stijlen. Wiebe opent een doosje lucifers; de ladder glipt van een randje. Het doosje vliegt open en het regent lucifers op de kale knikker van Hannes.
Poging twee,
Hannes klimt nu, Wiebe stabiliseert. Voor elke kaars een lucifer.
Je staat te hannesen, roept Wiebe. Jij staat te wiebelen, roept Hannes.
Eindelijk klaar.
De deur zwaait open. Wwwoessj, alles weer uit.
Help, roept Wiebe. Help, roept Hannes van boven.
Dit gaat zo niet langer, zegt Hannes, die lucifers… Dit gaat zo niet langer, zegt Wiebe, die kaarsjes… De deur nog eens: wwoessj… Jongens, dit gaat zo niet langer, roept iedereen nu. Er bestaan LED-kaarsen met afstandsbediening, dát hebben we nodig. We moeten crowdfunden!
Wat? Benefieten!
Hoe dan?
Een concert! Een orkest! Een band! Een koor… Eureka! Roept Hannes. Nee, Erako, roept Wiebe.
Nee Erato!! Erato-Egmond, koor der koren, zing voor de Slotkapel, zing voor het licht, zing voor de kroonluchters, voor Hannes, voor Wiebe. Samen zingen voor de LED-kaarsjes in de Slotkapel.
Dirk Blij










