De bewonerscommissie van het Dorus Rijkersplein stond op donderdag 4 juni tegenover Kennemer Wonen in de rechtbank. Niet de vraag of de flat gesloopt wordt stond centraal, maar of bewoners voldoende informatie hebben ontvangen om de plannen van de woningcorporatie goed te kunnen beoordelen.
Namens de bewonerscommissie waren verschillende bewoners aanwezig. Volgens hen ontbreekt nog steeds belangrijke informatie over de technische staat van het gebouw en de afwegingen die Kennemer Wonen maakt tussen renovatie en mogelijke sloop.
De zitting begon met een toelichting van de rechter, die aangaf dat het niet ging over een besluit tot sloop, maar over de vraag of Kennemer Wonen voldoende documenten heeft verstrekt. Kort voor de zitting had de woningcorporatie nog een omvangrijk pakket aan stukken toegestuurd. Daarbij werd volgens de bewoners verwezen naar eerdere onderzoeken uit 2013 en 2018 die zij zelf niet in bezit hebben.
Tijdens de behandeling ontstond discussie over welke documenten bewoners mogen opvragen. Kennemer Wonen stelde dat al veel informatie beschikbaar is gesteld en dat niet alle interne stukken relevant zijn. De bewonerscommissie is het daar niet mee eens en vindt dat zij zelf moet kunnen beoordelen welke informatie van belang is.
Ook kwam de positie van de bewonerscommissie aan bod. Kennemer Wonen stelde vragen over de formele vertegenwoordiging van de bewoners, maar de commissie gaf aan namens alle bewoners op te treden in hun gezamenlijke belang.
Na een schorsing van de zitting werden de resterende informatieverzoeken verder aangescherpt. De rechter gaf daarbij aan dat rapporten waarnaar wordt verwezen, in principe ook beschikbaar moeten zijn voor de bewonerscommissie. Afgesproken is dat de advocaat van de bewonerscommissie de gevraagde documenten nader specificeert, waarna Kennemer Wonen daarop reageert.
De rechter sloot af met de opmerking dat bewonerscommissie en woningcorporatie uiteindelijk met elkaar verder zullen moeten. Voor de aanwezige bewoners was duidelijk dat de strijd om volledige openheid voorlopig nog niet voorbij is.









